Het hele schooljaar door ben je als leraar aan het rennen en razen
om het programma klaar te krijgen.
Een proefwerk hier, een overhorinkje daar, lessen voorbereiden, de
beamer moet nog afgesteld worden, een mentor wil weer informatie over zijn
klas, de leraren Nederlands vergaderen, de leraren van de mavo vergaderen, een
excursie, nóg een excursie, een film (o ja, ik had beloofd om een film te
draaien!), open dagen in het voorjaar, rapportvergaderingen van al mijn
klassen, dus de cijfers moeten op tijd in het systeem zitten, een huilende
leerling, een inhaalproefwerk voor drie zieken, een ontevreden leerling, naar
bijscholingscursus, surveillance voor een afwezige collega, pauze-surveillance,
drie collega’s die afscheid nemen dus er moet muziek gemaakt worden, mijn
fototoestel meebrengen want er is een speciale activiteit, sportdagen, dus op
naar de Tongelreep en mee het water in (Ai, spierpijn! Ik word een dagje ouder,
jongens!); En dan die vragen en opmerkingen: Meneer, denkt u dat ik na de mavo
naar de havo zou kunnen? En wat vindt u van de nieuwe koning? Hé, Maxima is ook
een allochtoon! Ja, en ik ben Brabander; zo hebben we allemaal wel iets om
trots op te zijn…
Ouderavond, mail beantwoorden, even een powerpoint of een prezi
maken over het naamwoordelijk gezegde, een planning maken voor de tweede
klassen, een leerling zit tijdelijk in een rolstoel, o ja: de lampen zijn
kapot, nog een leuk liedje zoeken om de tekst ervan te behandelen (zouden ze
Bløf eigenlijk wel leuk vinden?), doen we dit jaar ook weer mee met Serious
Request? Dan moeten we acties bedenken; schrijfopdrachten nakijken, weer een
ontevreden leerling, nog een originele straf bedenken voor die gele kaart van Robbert,
even overleggen met de coördinator daarover, alle huiswerk in het systeem
zetten, de absenties nog verwerken, verdorie: is het over drie weken al weer
vakantie? Maar ik ben nog lang niet klaar! Overleggen over het tweetalig mavo,
toch zelf maar even een S.O.’tje maken want de collega die het zou doen is te
laat, boekverslagen lezen (hij heeft dat boek ècht niet gelezen, dat kan ik zó
zien!), jongens, fiets eens niet over het schoolplein! We moeten nog een
opdracht samenstellen over obesitas, of was het thema deze keer seksuele
diversiteit? De leerlingen met dyslexie moeten hun proefwerk met een aangepast
lettertype, daar heb je toch wel aan gedacht? Die ene leerling die er al drie
dagen niet is: is die gewoon ziek of is er meer aan de hand? Morgenavond is de
presentatie van de WON-klas; moet ik daar eigenlijk niet ook even naartoe? Maar
nu eerst even de foto’s van het brugklaskamp op een site zetten. Wat laten we
ze trouwens in de activiteitenweek doen? O, ik moet dat deze keer alleen
regelen, want die collega’s gaan mee op schoolreis. Da’s waar ook. En op het
eind van de proefwerkweek zit ik met een stapel van 140 leestoetsen met open
vragen om na te kijken. Dat moet ik volgend jaar echt anders organiseren…
Wat doen we komend jaar voor de open dagen? Snappen ze dat
naamwoordelijk gezegde nu nog niet? O, het thema voor die opdracht is Social
Media, wat moet ik daar nu weer voor bedenken? Nee jongens, ik ben ouderwets:
ik heb nog geen WhatsApp, natuurlijk mag je me mailen over die opdracht, ben je
dat blaadje met de opdrachten nu alwéér kwijt? ‘Meneer, gaan we vandaag iets
leuks doen?’ ‘Nederlands IS leuk!’, aardig zijn voor je collega’s, zijn er
genoeg aanmeldingen om volgend jaar mijn baan te houden? Meneer, heeft u EDN
gezien? Wat is dat? O, ‘Everybody Dance Now’. Nee, dat heb ik niet gezien, Heb
ik iets gemist? Ja meneer, Fee deed er aan mee. OK, ik zal het terugkijken op
Uitzending Gemist. Hoe zit het trouwens met die gestolen examens in Rotterdam?
Heeft dat nog consequenties voor onze leerlingen? En ondertussen het
allerbelangrijkste: elke leerling genoeg aandacht geven, elke dag even laten
merken dat je hem of haar gezien hebt en weet hoe het ermee is, maar pas op:
die ene leerling wil liever niet aangesproken worden over de problemen thuis,
af en toe een aai over de bol, maar daar zijn sommigen weer niet van gediend…
Zomaar wat willekeurige dingen die dit jaar zijn langsgekomen. Wat
een verbazingwekkend vak is dit toch: elke dag is anders, elke leerling is
anders en vooral: elke leerling kan elke dag ook weer anders zijn. Dat maakt
dit vak zo ontzettend mooi en boeiend! Ik heb dan ook echt helemaal niets te
klagen over de leerlingen. Ik geef les aan de 1e- en 2e-klassers
van mavo en havo en daar zit geen greintje kwaad in. Natuurlijk willen ze graag
dat ik af en toe uitval door ziekte (wat ik tot hun spijt nooit doe).
Natuurlijk hebben ze al lang in de gaten dat ik graag vertel, dus als ze de
kans krijgen, dan proberen ze me aan het vertellen te krijgen, want dat is
altijd leuker dan les. Natuurlijk zijn ze boos als ik ze een onvoldoende geef
of als ze een oranje of gele kaart krijgen.
Maar als ik vertel dat ik geslaagd ben voor mijn opleiding, krijg ik een
applausje. Als ik vraag wat ze van mijn lessen vonden in het afgelopen jaar,
krijg ik een eerlijk, kritisch antwoord en op de laatste lesdag komen
verschillende leerlingen me spontaan een hand geven om me te bedanken voor het
leuke schooljaar. Dat heb ik in de 28 jaar van mijn vorige baan nooit
meegemaakt: dat collega’s of klanten me kwamen bedanken…
Hé kids: jullie hoeven me niet te bedanken. Ik ben degene die alle
reden heeft om dankbaar te zijn, want jullie zorgen ervoor dat ik iedere dag
met plezier, enthousiasme en inspiratie naar mijn werk kom. Daar hebben jullie
trouwens gewoon recht op! Als een leraar IETS moet zijn, is het toch
enthousiast voor zijn vak en geïnteresseerd in de leerlingen. Gelukkig word ik
omgeven door enthousiaste en betrokken collega’s en voel ik me gesteund door
een goede organisatie op onze school.
Daardoor durf ik nu, aan het eind van mijn derde jaar hier op
school te zeggen: dankzij al die geweldige leerlingen is lesgeven echt het
allermooiste vak dat er bestaat!